Gebruikershandleiding FGDP-30

Interne structuur van dit product

Padhandelingen

De pads op dit product ondersteunen zowel Aftertouch als Noot aan/uit. Met andere woorden: dit product is zo ontworpen dat er niet alleen een voicegeluid wordt geproduceerd wanneer er op een pad wordt geslagen, maar dat het geluid van de pads op natuurlijke wijze wordt gedempt als u de pad verder indrukt.

Padhandeling = gegenereerde MIDI-gebeurtenis

Op een pad slaan = noot aan

Een pad verder indrukken (druk uitgeoefend op pad) = aftertouch

Slaan en dan niet drukken = noot uit

Padnummers

Aan elke individuele pad zijn specifieke nummers toegewezen. Deze nummers worden in deze gebruikershandleiding gebruikt om elke pad indien nodig te identificeren. Deze nummertoewijzingen (en hun instellingen zoals voicetoewijzingen) kunnen van links naar rechts worden omgedraaid tussen de pads die symmetrisch op het product zijn gerangschikt.

Als u voornamelijk met uw rechterhand speelt

Wanneer "Menu 59 Utility Pad Layout" is ingesteld op "Right" (standaardinstelling), worden de padnummers toegewezen zoals hieronder weergegeven. Bij deze instelling wordt ervan uitgegaan dat u voornamelijk met uw rechterhand speelt.

Als u voornamelijk met uw linkerhand speelt

Wanneer "Menu 59 Utility Pad Layout" is ingesteld op "Left", worden de padnummers toegewezen zoals hieronder weergegeven. Bij deze instelling wordt ervan uitgegaan dat
u voornamelijk met uw linkerhand speelt.

Back-upitems (instellingen die behouden blijven, zelfs als de stroom wordt uitgeschakeld)

De instellingen voor de onderstaande items blijven behouden, zelfs als de stroom wordt uitgeschakeld.

Kitnummer

Tempo

• Volume van het geluid dat via de ingebouwde luidspreker wordt uitgevoerd (zie
deze pagina).

• Volume van het geluid dat via de [PHONES/OUTPUT]-aansluiting wordt uitgevoerd
(zie deze pagina).

• Instellingen in

-   Menu 1–5                  Mixerinstellingen (volumeaanpassing)

-   Menu 6–9                  Klikgerelateerde instellingen

-   Menu 10–34              Kitgerelateerde instellingen

-   Menu 36–52              Triggernummer (36) en triggergerelateerde instellingen
                                     (37-52)

-   Menu 55–62              Utility-instellingen

OPMERKING

• Voor kitgerelateerde instellingen wordt de laatst bewerkte waarde in menu 10-34 de volgende keer dat een kit wordt geselecteerd automatisch opgeroepen.

• Voor triggergerelateerde instellingen wordt de laatst bewerkte waarde in menu 37-52 de volgende keer dat een trigger wordt geselecteerd automatisch opgeroepen.